Column: 'Vertellen van deugdelijke verhalen...!?'

20150305 Peter Jansen geeft zijn bijdrage Startnotitie Strategische visie Fooddonderdag 31 augustus 2017 15:57

De gemeente Ede organiseerde op donderdag 31 augustus jl. in Het Oude Politiebureau een lunchbijeenkomst voor haar woordvoerders, communicatiemedewerkers met journalisten. Ons raadslid Peter Jansen was gevraagd tijdens deze bijeenkomst een column uit te spreken, waarna de aanwezigen met elkaar hierover in gesprek gingen. Lees hieronder zijn column.

Waarschijnlijk kent u dat wel, zo’n bordje met ‘hier waak ik’ er op. Een bordje dat veelal betekent dat er zich achter het hek of de voordeur een klein keffertje bevindt, dat er met de staart tussen de poten vandoor gaat zodra het u ziet. Bij zo’n bordje denk ik eerlijk gezegd altijd dat het baasje zijn bezittingen en zichzelf wel erg serieus neemt. Dat gevoel heb ik ook bij de journalist die stelt dat hij ‘de waakhond van de democratie’ is. Hij overschat zichzelf en houdt een mythe in stand. Net als de journalist die verklaart dat hij objectief schrijft. Ook hij houdt een mythe in stand, zeker wanneer hij vervolgens in zijn artikel wel de protesten tegen een beleidsvoornemen verwoordt, maar niet de reactie van een wethouder.

De communicatieprofessional ziet zichzelf graag als de meester van de taal. Zijn missie is het beleid van de gemeente te verkopen. Hij communiceert schitterende verhalen ter meerdere eer en glorie van een wethouder of van de gemeente in het algemeen. Retorisch kabaal over geweldige visiedocumenten. Tegelijkertijd is een raadsvoorstel zo vaktechnisch geschreven, dat je na vijf zinnen al niet meer weet waar het overgaat. Het lijkt me een mooie uitdaging voor de communicatieprofessionals van Ede: de organisatie communicatiever maken. 

Ach, u begrijpt. Ik overdrijf. En niet zonder reden. Met name sinds ik raadslid ben, waardoor ik met journalist én communicatieprofessional te maken krijg, ben ik gaan twijfelen aan de idealen van de journalistiek. Ben ik ook kritischer naar het communicatie vak gaan kijken. Juist omdat ik ook burgers spreek, weet ik dat een artikel over ‘veel boze burgers’ best met een korreltje zout genomen mag worden. Maar eerlijk is eerlijk: ik heb ook meer respect gekregen. Want het is beslist geen sinecure om een raadsvergadering te verslaan. Of het nieuwe afvalbeleid naar ieders tevredenheid te communiceren, om maar een willekeurig voorbeeld te noemen. 

Journalisten zien het als hun de taak om steeds kritisch te zijn op het verhaal dat de gemeente naar buiten brengt en om het te beproeven op zuiverheid en consistentie. Communicatieprofessionals zijn erop gericht om binnen en buiten de gemeente draagvlak te verwerven voor dat waarvoor de gemeente staat. Maar in mijn proefschrift heb ik de vraag opgeworpen of het aspect van legitimatie wel de belangrijkste focus van overheids-communicatie is.[1] Zou het niet veel meer moeten gaan om het toekennen van betekenis: waarom worden de dingen gedaan zoals ze worden gedaan? En zouden journalisten zich ook niet daarop moeten richten: context bieden aan wat gedaan wordt, dat interpreteren en duiden? Dat behoedt je als journalist voor eenzijdigheid en dan ben je werkelijk van toegevoegde waarde voor de democratie. Onderzoekend vermogen en factchecking worden dan belangrijke kerncompetenties voor de journalist.

Wat journalisten en communicatieprofessionals volgens mij met elkaar gemeen hebben is dat het in beide vakgebieden draait om het vertellen van deugdelijke verhalen.[2] Deugdelijk in de zin van ambachtelijk. Journalisten en communicatieprofessionals stellen er een eer in om deugdelijk werk af te leveren: goed geschreven, mooi opgebouwd, taalkundig correct, doelmatige lay-out, etc. Maar het draait in beide vakgebieden ook om het vertellen van verhalen die de werkelijkheid nauwkeurig en correct in kaart brengen. Deugdelijk dus in de zin van ‘deugt het…’, klopt het wat ik vertel, is het evenwichtig en doe ik recht aan het onderwerp en alle betrokken. Je zou kunnen zeggen dat het in deze betekenis draait om: (i) zijn de feiten correct, dus is het waar wat ik vertel, (ii) is wat ik schrijf of communiceer juist in relatie tot de betrokkenen en tenslotte (iii) zijn mijn intenties oprecht, heb ik geen verborgen agenda.[3]Tenslotte: het begrip ‘deugd’ wordt ook wel in verband gebracht met het gericht zijn op ‘het goede’. Zouden beide vakgebieden ten diepste niet daarop gericht moeten zijn?  Zoek naar dat waar de samenleving het meest mee gediend wordt, zet je in voor de bloei van Ede.[4] Het lijkt me op z’n minst aardig om daar eens met elkaar over van gedachten te wisselen…


Dr. P. (Peter) Jansen is senior docent aan de opleidingen Journalistiek en Communicatie van de Christelijke Hogeschool Ede, is aan Wageningen Universiteit gepromoveerd op een studie over overheidscommunicatie en is raadslid voor de ChristenUnie in Ede.
 


Voetnoten:

[1] Cf. hoofdstuk 3 van mijn proefschrift of mijn binnenkort te verschijnen artikel ‘Government Communication as a Normative Practice’ in Philosophia Reformata.

[2] Het element van ‘deugdelijke verhalen’ staat centraal binnen het lectoraat waaraan ik verbonden ben en is gebaseerd op de lectorale rede van dr. J. (Jan) van der Stoep. Meer informatie via http://www.che.nl/nl-nl/onderzoek/lectoraat-journalistiek-en-communicatie

[3] Cf. hoofdstuk 2 van mijn proefschrift of pg. 98 van mijn artikel ‘Theorizing Government Communication with regard to the Dutch Nature Policy’, te downloaden via https://doi.org/10.1386/ejpc.8.1.95_1

[4] Cf. Jeremia 27:7

« Terug